Wat is het gewestplan en waarom geldt het na bijna vijftig jaar nog?
De gewestplannen dateren van 1976 tot 1980 en bepalen nog altijd de bestemming van een groot deel van Vlaanderen. Hoe kan een kaart van bijna vijftig jaar oud nog geldend recht zijn?
Wie voor het eerst opzoekt wat er op een Vlaams perceel mag, schrikt vaak van de datum. De bestemming blijkt vastgelegd in een koninklijk besluit uit 1977. Dat voelt als een administratieve fout, maar het klopt gewoon: het gewestplan is nog altijd geldend recht.
Hoe het gewestplan er kwam
Tot in de jaren zestig was er in Belgie nauwelijks ruimtelijke ordening. Je bouwde waar je grond had. De wet van 29 maart 1962 maakte daar een eind aan: het hele land zou worden ingedeeld in bestemmingszones, vastgelegd op kaarten met kleuren.
Die kaarten kregen vorm in de gewestplannen. Vlaanderen telt er vijfentwintig, elk genoemd naar de streek die het dekt: het gewestplan Mechelen, het gewestplan Hasselt-Genk, het gewestplan Brugge-Oostkust. Ze werden een voor een vastgesteld tussen 1976 en 1980, telkens per koninklijk besluit. Samen dekken ze het volledige Vlaamse grondgebied, zonder gaten.
Waarom ze nooit vervallen zijn
Een plan blijft gelden tot het wordt vervangen. Dat is de kern. Er is nooit een moment geweest waarop de gewestplannen collectief werden opgeheven, en er is ook nooit een nieuw landsdekkend plan gemaakt dat ze verving.
Wat er wel is gebeurd, is dat er stukje bij beetje nieuwe plannen overheen zijn gelegd. Eerst bijzondere plannen van aanleg, later ruimtelijke uitvoeringsplannen. Elk van die plannen vervangt het gewestplan binnen zijn eigen grenzen, en alleen daar. Buiten die grenzen blijft de kaart uit de jaren zeventig gewoon staan.
In de praktijk betekent dat: hoe dichter bij een stadskern, hoe groter de kans dat er iets recenters over jouw perceel ligt. In het buitengebied is het gewestplan vaak nog altijd het enige plan dat er is.
De datum op jouw perceel klopt niet altijd met 1977
Zie je op onze adrespagina een gewestplanvlak met als datum 1998 of 2002, dan is dat geen vergissing. Veel gewestplannen zijn later gedeeltelijk herzien, meestal om een specifiek gebied van bestemming te laten veranderen. Zo'n partiele herziening krijgt een eigen besluit met een eigen datum, en dat besluit is dan het geldende.
Het oorspronkelijke gewestplan blijft daarnaast bestaan voor alle delen die niet herzien zijn. Binnen een en dezelfde gemeente kun je dus vlakken tegenkomen met een datum uit 1977 en vlakken met een datum uit 2001.
De kleuren zeggen minder dan je denkt
Rood is woongebied, geel agrarisch, groen natuur of park, paars industrie. Die kleurcodes zijn overal in Vlaanderen hetzelfde, want ze staan in het inrichtingsbesluit dat bij de gewestplannen hoort.
Maar de kleur alleen zegt niet wat er mag. Achter elke kleur zit een omschrijving uit de legende, en achter die omschrijving staan de stedenbouwkundige voorschriften. Twee percelen met exact dezelfde kleur kunnen bovendien verschillend behandeld worden als er een arcering of een overdruk overheen ligt. Een overdruk legt extra regels bovenop de basisbestemming.
Op onze encyclopedie van bestemmingen staat per bestemming wat ze inhoudt en hoe vaak ze in Vlaanderen voorkomt.
Wat je hiermee doet
Ga nooit af op de kleur alleen, en ga er ook niet van uit dat het gewestplan het laatste woord heeft. Kijk altijd of er een recenter plan over jouw perceel ligt. Dat is precies wat de adreszoeker op deze site voor je doet: hij bevraagt alle lagen tegelijk en zet ze in juridische volgorde.
Kan het gewestplan zomaar verdwijnen?
Niet zomaar. Er moet een nieuw plan komen dat het vervangt, en dat plan moet de hele procedure doorlopen: startnota, scoping, voorlopige vaststelling, openbaar onderzoek en definitieve vaststelling. Pas veertien dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad treedt het in werking.
Ik zie een plan uit 2015 en toch staat het gewestplan er nog bij. Hoe kan dat?
Omdat het gewestplan er juridisch onder blijft liggen. Wordt het nieuwere plan ooit vernietigd of opgeheven, dan komt het gewestplan weer bovendrijven. Daarom tonen wij de hele stapel en niet alleen het bovenste plan.