Gewestplankaart.be

Start› Artikels› Recreatiegebied en weekendverblijven: de eeuwige discussie

Recreatiegebied en weekendverblijven: de eeuwige discussie

Bestemmingen 23 augustus 2026

Permanent wonen in een weekendverblijf mag niet, en toch gebeurt het al decennia. Hoe de bestemming recreatiegebied werkt en waarom het dossier maar niet opgelost raakt.

Weinig onderwerpen in de Vlaamse ruimtelijke ordening slepen zo lang aan als het permanent wonen in weekendverblijven. De regel is helder, de praktijk niet, en dat verschil bestaat al meer dan veertig jaar.

Twee soorten recreatie op het gewestplan

Het gewestplan maakt onderscheid tussen twee vormen. Dagrecreatie is bedoeld voor activiteiten waar je overdag heen gaat: een sportterrein, een speeldomein, een zwemvijver. Overnachten hoort daar niet bij.

Verblijfsrecreatie is wel bedoeld voor overnachten: campings, vakantieparken, weekendverblijfparken. Het gaat om tijdelijk verblijf met een recreatief doel.

Beide zijn recreatie, en in beide is permanent wonen niet toegelaten. Dat laatste is het punt waar het misloopt.

Hoe de situatie is ontstaan

In de jaren zestig en zeventig verkochten ontwikkelaars percelen in bos- en waterrijke gebieden als tweede verblijf. Toen de gewestplannen kwamen, kregen die gebieden de bestemming verblijfsrecreatie. Er stonden al chalets, en er kwamen er nog bij.

Vanaf de jaren tachtig gingen mensen er permanent wonen. Soms uit voorkeur, vaak uit noodzaak omdat het de enige betaalbare woonoplossing was. Gemeenten gedoogden dat lange tijd, en sommige mensen wonen er intussen dertig jaar.

Waarom het juridisch problematisch blijft

Permanent wonen in verblijfsrecreatie is een functiewijziging die niet strookt met de bestemming. Dat is geen kwestie van interpretatie: de bestemming laat het niet toe. Domicilie kunnen nemen op zo'n adres is bovendien niet vanzelfsprekend, en dat heeft gevolgen voor van alles, van kinderbijslag tot verzekeringen.

Daar komt bij dat veel van die gebieden watergevoelig zijn of in bos liggen. Dat maakt het lastig om ze alsnog om te zetten naar woongebied, want dan botst het beleid met andere doelstellingen.

Wat gemeenten doen

Er is geen uniforme Vlaamse oplossing. Gemeenten voeren een eigen beleid, en dat loopt sterk uiteen:

  • Sommige hebben een uitdoofbeleid: wie er woont mag blijven, maar er komt niemand meer bij, en bij verkoop stopt het.
  • Sommige hebben via een RUP een deel van het gebied herbestemd naar wonen, meestal alleen daar waar het ruimtelijk verantwoord is.
  • Sommige handhaven actief, met stakingsbevelen en herstelvorderingen.

Welk beleid geldt, hangt dus af van de gemeente. Ligt er een RUP over het gebied, dan is dat het eerste wat je moet lezen. Op onze adrespagina zie je of dat het geval is.

Wat je doet als je overweegt te kopen

Wees hier extra voorzichtig. Vraag altijd de stedenbouwkundige inlichtingen op, en vraag de gemeente uitdrukkelijk naar hun beleid rond permanent wonen op dat specifieke perceel. Laat je niet geruststellen door de mededeling dat de buren er ook al jaren wonen: gedogen is geen recht.

Kijk daarnaast of er een RUP in procedure is. Een gemeente die een herbestemming voorbereidt, verandert het plaatje. Lees ook hoe een RUP tot stand komt.

Mag ik in verblijfsrecreatie mijn chalet verbouwen?

Binnen de voorschriften van het plan wel, maar die zijn er meestal op gericht dat het een recreatief verblijf blijft. Uitbreiden tot een volwaardige woning zal in de regel niet aanvaard worden.

Kan een weekendverblijfpark woongebied worden?

Alleen via een RUP, en dan nog niet overal. De watertoets, het Bosdecreet en het beleid rond de open ruimte spelen daar zwaar in mee. Waar het gebeurd is, ging het meestal om delen die tegen bestaand woongebied aan lagen.